13. Vorm en tekst – handschrift

Wat is tekstniveau?

Dit hoofdstuk gaat over de vorm van tekst.

Leesbaarheid op tekstniveau is het derde niveau van leesbaarheid.

  1. Leesbaarheid niveau 1: identificeerbare tekens zodat je de tekst kunt decoderen (ontcijferen).
  2. Leesbaarheid niveau 2: regelmatig schrift zodat je de tekst vlot kunt lezen.
  3. Leesbaarheid niveau 3: orde in je tekst zodat je de tekst vlot kunt overzien en begrijpen.

In kerndoel 4 en 6 staat dit omschreven als ‘schrijven op letter-, schrift- en tekstniveau met een leesbaar handschrift en typschrift’. In de kerndoelen wordt dat tekstniveau op verschillende manieren benoemd, bijvoorbeeld als tekstniveau (kerndoelen 4, 6 en 13), de visuele vorm van de tekst (kerndoelen 5, 6 en 18), en als tekstopmaak (kerndoelen 4 en 13). Ook benadrukken de kerndoelen de relatie tussen de (visuele) vorm van taal en de betekenis van taal (kerndoel 12). En ze stellen dat het belangrijk is om je te houden aan de schriftconventies (kerndoel 4). Het is dus belangrijk om te leren hoe je een tekst VORM geeft.

Voor typschrift is dit uitgewerkt in VéT – Vorm en tekst. Zie de verticale menubalk voor de link naar VéT.

De uitwerking voor handschrift -met werkbladen en leskaarten om er in samenhang met andere vakken aan te werken- vind je in dit hoofdstuk op deze pagina’s:

13.1   Lineaire tekst
13.2   Alinea
13.3   Marge
13.4   Kolommen
13.5   Dialogen
13.6   Uitlijnen afbreken
13.7   Inspringen
13.8   Titel en koppen
13.9   Opsomming
13.10 Schema
13.11 Kaderteksten
13.12 Margeteksten
13.13 Lettertype
13.14 Formaat
13.15 Kleur
13.16 Letteropmaak
13.17 Beeld

In po en vo

Zodra leerlingen letters leren schrijven, schrijven ze ook teksten. Daarom kun je leerlingen al vanaf groep drie laten nadenken over de visuele vorm van hun handgeschreven tekst. Als je telkens ook aandacht besteedt aan hoe ze hun teksten kunnen afstemmen op hun doel, hun lezers en de situatie, leren ze steeds doelgerichter te communiceren.
Gedurende de hele basisschool en in het vo is het belangrijk om aandacht te besteden aan de vorm van tekst. Je kunt daarbij denken aan:

000 Hoe groot schrijf ik de letters, zodat Sinterklaas mijn verlanglijstje kan lezen?
000 Als ik teken wat we met een proefje gedaan hebben, schrijf ik daar dan nog wat boven of onder?
000◊ Wat voor kleur kies ik voor de titel van mijn verhaal?
000 Hoe deel ik mijn rekenwerk overzichtelijk in?
000 Waar zet ik de illustraties in mijn oproep?
000 Hoe schrijf ik de woorden van mijn woorddictee als een recht rijtje?
000 Hoe deel ik mijn boekbespreking overzichtelijk in?
000 Welke vorm kies ik voor de koppenstructuur van mijn beschouwing?
000 Hoe deel ik mijn infokaart over de kringloop van het water in?
000 Hoe geef ik mijn aantekeningen ‘smoel’?

Ook zelf denk je na over de ordening van teksten die je op school schrijft, zoals:

000 Hoe deel ik mijn bordwerk in?
000 Welk lettertype, formaat en welke kleur gebruik ik voor woordkaartjes in mijn lokaal?
000 Hoe noteer ik aanwijzingen in leerling-schriften?
000 Hoe schrijf ik een mededeling op het kleine whiteboardje naast de deur van het lokaal?
000 Hoe laat ik een uitnodiging voor op het prikbord in de hal van de school opvallen?

Let op:
000Hoe identificeerbaarder je letters (niveau 1) en hoe regelmatiger je schrift (niveau 2),
000des te beter komt de visuele ordening van je tekst (niveau 3) uit de verf.

 

Handschrift en typschrift

Voor handschrift en typschrift is de leerstof eigenlijk hetzelfde. Bij beide denk je na over welk lettertype je gebruikt, de lettergrootte, de marges, de kantlijn, titel en koppen, kolommen, opsommingen, margeteksten, kaderteksten, kleur en beeld.

Wat je bij handschrift leert, kun je later toepassen bij typschrift.

               

                                                                    Uit: NRC – Bijlage Kröller-Müller, 19 oktober 2023

Omgekeerd kun je voor je handschrift inspiratie halen uit digitaal vormgegeven teksten,
bijvoorbeeld hoe je een streamer neer kunt zetten, hoe je initialen creatief kunt gebruiken,
op welke manieren je een titel en koppen kunt opmaken.

Tekstopmaak pas je toe bij elke schrijfopdracht en bij elk vak.
Gebruik de werkbladen dus om te oefenen en de leskaarten in combinatie met de vakken.

 

Bronnen

Prenger, J., Pleumeekers, J., Van Zanten, M., Schmidt, V., Teunis, B., Brand, M. & Bron, J. (september 2023). Conceptkerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde. SLO.