13.4 Kolommen

Waar gaat dit hoofdstuk over?

Hier leer je verschillende manieren om kolommen toe te passen. Je leert belangrijke begrippen (vaktaal), je maakt kennis met de opbouw, je leert de criteria kennen aan de hand waarvan je de leerdoelen voor je groep kunt formuleren, je experimenteert, je oefent en leert bij welke tekstgenres je kolommen kunt gebruiken. Kortom: je gaat nadenken over de vorm van tekst.

0001. Belangrijke begrippen (vaktaal)
0002. Opbouw
0003. Aanwijzingen (criteria lagere orde)
0004. Criteria hogere orde
0005. Aan het werk (met Werkblad kolommen)
0006. Kolommen in genres (met Leskaart kolommen voor gebruik bij andere vakken)

 

1 Belangrijke begrippen (vaktaal)

Kolommen
00000Op een bladzijde staan vakken naast elkaar geplaatste tekst
00000of beeld.
00000Anders gezegd is een kolom een verticale informatiereeks:
00000een reeks getallen of woorden (regels, zinnen) onder elkaar.
Kolomwit
00000is het wit tussen de kolommen.
Regellengte
00000is de lengte van de linker- tot de rechtermarge.
00000Je kunt de regellengte uitdrukken in het aantal tekens of
00000woorden per regel.

 

2 Opbouw

0001. Rijtjes schrijven
0002. Twee gelijke kolommen (symmetrisch)
0003. Twee ongelijke kolommen (asymmetrisch)
0004. Een combinatie in aantal kolommen

1 Rijtjes schrijven
Rijtjes schrijven zoals een woorddictee of een rijtje sommen.
Start met een enkel rijtje langs de kantlijn. Alle woorden,
getallen of sommen starten bij of even ver van de kantlijn.
Voor een tweede rijtje laat je een dunne lijn met liniaal en
potlood in het midden van het blad trekken.
Je kunt ook het blad laten vouwen tot de linker kantlijn en de vouw bij wijze van kantlijn gebruiken voor het tweede rijtje.

Laat je geen nieuwe kantlijn trekken, of niet vouwen, dan moet er een denkbeeldige kantlijn ontstaan doordat alle regels recht onder elkaar beginnen.

In rekenschriften laat je een vast aantal ruitjes tellen.
Als leerlingen twee rechte rijtjes naast elkaar kunnen schrijven,
ga je werken met drie rijtjes.

 

 

2 Twee gelijke kolommen (symmetrisch)
Je kunt kiezen voor twee gelijke kolommen (symmetrisch).
Bij elke kolom links een strakke (rechte) kantlijn aanhouden
en op tijd stoppen aan de rechterkant voor kolomwit en
rechtermarge. Je kunt twee kolommen gelijk op schrijven
als elke kolom een bepaald onderwerp heeft, bijvoorbeeld
op school – thuis, in het water – op het land, noorden – zuiden, honderd jaar geleden – nu.
Schrijf je een aaneengesloten tekst, dan kun je op apart papier schrijven, ter breedte van een kolom. Is het verhaal klaar, dan bepaal je de helft door de tekst te vouwen.
Daar knip je de tekst doormidden.
Beide kolommen plak je op een (gekleurd) vel papier.
Ook kun je kiezen voor: tekst in één kolom en beeld in de tweede kolom.

Kies je voor drie kolommen, dan kun je het blad kantelen. Beeld kan dan bijvoorbeeld boven en tekst eronder.

 

3 Twee ongelijke kolommen (asymmetrisch)
Schrijven in twee ongelijke kolommen (asymmetrisch). Naar keuze: de brede kolom bevat tekst, de smalle kolom heeft een andere functie, bijvoorbeeld kernwoorden, een verticale tijdbalk of kleine illustraties. Of de smalle kolom bevat tekst en de brede kolom bevat beeld, bijvoorbeeld woorden bij een skelet.

4 Een combinatie in aantal kolommen
Een combinatie van tekst over de volle breedte en tekst in twee kolommen op één pagina, bijvoorbeeld de uitleg van rekenen paginabreed en de sommen in kolommen daaronder. Of de inleiding op een betoog over de hele breedte en het betoog zelf in kolommen.

 

3 Aanwijzingen (criteria lagere orde)

Bij lagere ordevaardigheden gaat het om kennis en kennis toepassen,
waarbij je oordeelt met goed/niet goed, bijvoorbeeld met een vinklijst.
Kies zelf welke criteria je als lesdoel gebruikt!

000 De linker kant van elke rij of kolom loopt recht van boven naar beneden en is strak:
0000 de woorden, tekst of sommen beginnen op elke regel bij de kantlijn of even ver daar vanaf.
000 Zonder kantlijn is er een denkbeeldige kantlijn.
000 De rechterkant van de tekst stopt op tijd voor kolomwit of rechtermarge.
0000 De rechterkant van de tekst loopt op het oog recht, maar hoeft niet strak te zijn:
0000 hij mag rafelen.
000 Ook de linker kant van de tweede (en derde) rij / kolom loopt recht van boven naar beneden
0000 en is strak.
000 Symmetrische kolommen zijn even breed.
000 Meer dan twee kolommen? Dan is het kolomwit telkens ook even breed.

 

4 Criteria hogere orde

Bij hogere ordevaardigheden maak je altijd een keuze en
beoordeel je de redenering, bijvoorbeeld met een rubric. 

000 Het aantal kolommen past bij het doel, het publiek en de context.
0000(kerndoel 4: doelgericht spreken en schrijven en kerndoel 13: schriftelijke taalverzorging)
000 Kan het anders? Ja!
0000Je kunt bewust kiezen voor even grote kolommen of de kolombreedte wisselen. Binnen één
0000bladzijde kun je het aantal kolommen wisselen, bijvoorbeeld één kolom bovenaan en drie
0000kolommen daaronder. Zet je een illustratie in de rechtermarge, dan kun je de rechterkant
0000van de linker tekstkolom daarmee laten meebuigen. De keuze voor het aantal kolommen
0000kan voortvloeien uit de inhoud van de tekst: een tekst over wolkenkrabbers schrijf je dan
0000bijvoorbeeld in veel smalle kolommen.

 

5 Aan het werk 

Begrippen en criteria

Oefen de begrippen (vaktaal) en geef concrete aanwijzingen (criteria) waar een rijtje of kolom aan voldoet.
(kerndoel 2: taal in de leergebieden en kerndoel 6: schrijven om te leren)
Gebruik het Werkblad kolommen.

Kijken naar voorbeelden en experimenteren 

Bouw een repertoire van mogelijkheden op door naar goede voorbeelden te kijken.
(kerndoel 1: taal- en leesomgeving)
000Laat voorbeelden zien van tekst over één kolom en tekst over meer kolommen.
000Laat voorbeelden zien van tekst met verschillende aantallen kolommen met tekst
0000 of met tekst en beeld.
000Laat voorbeelden zien met variaties in kolombreedte.
000Laat voorbeelden zien van kolommen die met beeld meebuigen.

Breid het repertoire uit door te experimenteren.
(kerndoel 5: creatief taal gebruiken en kerndoel 14: Talige identiteit)
000Laat verschillende voorbeelden door de leerlingen naschetsen: elk tekstblok is een grijs vlakje.
0000 Rangschik de grijze vlakjes als het voorbeeld.
000Laat leerlingen zelf verschillende mogelijkheden schetsen.
000Laat leerlingen verschillende bladindelingen ontwerpen door te schuiven met een aantal grijze
0000 velletjes of plaatjes.

Aan het werk met eigen teksten 

(kerndoel 4: doelgericht spreken en schrijven)

Laat leerlingen hun tekst op gelinieerd papier op kolombreedte schrijven.
Vouw de onderkant van de tekst naar boven, om het midden te bepalen.
Knip de tekst op dat punt, netjes tussen de regels door.
Nu heb je twee (ongeveer) even grote kolommen.
Plak ze op (gekleurd) papier.

Stem je de vorm af op je doel, publiek en context werk je aan kerndoel 4: doelgericht spreken en schrijven.
De volgende opdrachten helpen je daarbij op weg.

Laat het onderwerp bepalen hoeveel kolommen je nodig hebt. Bijvoorbeeld:
000te land, ter zee, in de lucht (drie kolommen)
000 vóór je diploma, ná je diploma (twee kolommen)
000 roofvogels, zangvogels, watervogels, weidevogels (vier kolommen)

Kies asymmetrische kolommen als je tekst asymmetrisch is, bijvoorbeeld:
000kernwoorden of namen in combinatie met aantekeningen
000◊ jaartallen of een tijdbalk in combinatie met aantekeningen
000rubrieken van een procedure: nodig, aantal personen, tijd

Maak een verjaardagskalender.
Let op:
Getallen (de data) lijnen rechts, dus die hebben een strakke rechter kantlijn!
Woorden (de namen) lijnen links, dus die hebben een strakke linker kantlijn.
Je kunt overwegen om de namen in de linker kolom te zetten en de data in de rechterkolom.
Dat oogt strakker.
Gebruik je een staand of liggend A4’tje?
Hoeveel kolommen kies je? Twee? Vier?

Schrijf een stukje over iets hoogs: een reus, een lantaarnpaal, de Euromast, een watertoren, een moderne windmolen.
Kies de regellengte zo dat je tekst hoog en smal wordt.
Bepaal waar je deze kolom plaatst: meer links, meer naar rechts of in het midden?
Schrijf er eventueel kernwoorden omheen. Dat kan met een andere pendikte of kleur.

 

6 Lineaire tekst in genres

Regels van ongeveer zeventig tekens, -negen tot dertien woorden-, zijn optimaal leesbaar. Schrijf je klein op breed papier, dan worden regels te lang om ze prettig te kunnen lezen. Je maakt ze smaller en sneller leesbaar als je gaat werken in kolommen. Die maak je even breed of je kiest voor een smallere kolom voor kernwoorden en illustraties en een bredere kolom voor de tekst.
Kolommen kunnen de betekenis van je tekst ook visueel ondersteunen.

Bij schrijfopdrachten voor taal kun je de aanwijzingen gebruiken op de Leskaart kolommen.

Verhaal, verslag, aantekeningen
Je kunt teksten voorbereiden in kolommen. Van een verhaal zet je bijvoorbeeld de oriëntatie, de complicatie en de oplossing in drie kolommen. Dat kan je doen met tekeningen of door kernwoorden in drie kolommen te noteren (De Lint en Van Norden, 2022). Ook bij een verslag kun je zo te werk gaan. In de eerste kolom komt dan de inleiding en de opeenvolgende gebeurtenissen komen in de volgende kolommen. Je kunt weer tekenen of met kernwoorden werken (De Lint en Van Norden, 2022).
Maak je aantekeningen, dan kun je een bepaalde categorie als kolom voor de kantlijn opnemen, bijvoorbeeld jaartallen, perioden, namen of verschijnselen. Dat structureert je aantekeningen, dat geeft ze een bepaald uiterlijk waardoor je ze gemakkelijker leert.

Ook in je definitieve tekst kun je kolommen gebruiken. De inleiding van een verhaal schrijf je bijvoorbeeld met een dikkere penpunt en grotere letters over de volle breedte van je blad. Het verloop van het verhaal schrijf je met dunnere penpunt en kleinere letters in twee kolommen.

In een verslag kun je de verschillende items als kernwoorden in een smalle kolom noteren, bijvoorbeeld vóór de kantlijn.

Beschrijving, procedure
Voor beschrijvingen, bijvoorbeeld de vogelsoorten in je tuin, en procedures, bijvoorbeeld hoe je een vetbol voor vogels maakt, bepaal je van tevoren hoeveel kolommen je nodig hebt. Gebruik je veel kolommen, kantel het papier dan (landschap/oblong).

Verklaring
In een verklaring kun je de oorzaken in de linker kolom opnemen en de gevolgen in de rechter kolom.

Beschouwing
En in een beschouwing of betoog kun je de nadelen in de linker kolom noteren en de voordelen in de rechter kolom.

Oproep
In een oproep, bijvoorbeeld Verloren!, kun je beeld in één kolom plaatsen en tekst in een tweede kolom.

Zie voor leren schrijven van tekstgenres: De Lint en Van Norden (2022).

 

Bronnen

De Lint, P. & Van Norden, S. (2022). Wat een goede tekst! Gids voor schrijven in tien genres voor het basisonderwijs. Boom.

Kooijman, E., Wittenberg, H. & Bergervoet, S. (2018). VéT, Vorm en tekst. Een gids bij het opmaken van werkstukken, presentaties en ander leuks… Cantal.

Prenger, J., Pleumeekers, J., Van Zanten, M., Schmidt, V., Teunis, B., Brand, M. & Bron, J. (september 2023). Conceptkerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde. SLO.