13.1 Lineaire tekst

Waar gaat dit hoofdstuk over?

Hier leer je verschillende manieren om een lineaire tekst vorm te geven. Je leert belangrijke begrippen (vaktaal), je maakt kennis met de opbouw, je leert de criteria kennen aan de hand waarvan je de leerdoelen voor je groep kunt formuleren, je experimenteert, je oefent en leert bij welke tekstgenres je lineaire tekst gebruikt. Kortom: je gaat nadenken over de vorm van tekst.

0001. Belangrijke begrippen (vaktaal)
0002. Opbouw
0003. Aanwijzingen (criteria lagere orde)
0004. Criteria hogere orde
0005. Aan het werk:
00000A. De tekstvorm schetsen en beschrijven (met Werkblad)
00000B. Experimenteren met de ordening van je tekst – een elfje ( met Werkblad)
00000C. Experimenteren met de ordening van je tekst – zelf een vorm kiezen
0006. Lineaire tekst in genres (met Leskaart voor gebruik bij andere vakken)

 

1 Belangrijke begrippen (vaktaal)

Kantlijn
00000De lijn waar de tekst begint (linker kantlijn) of eindigt (rechter kantlijn).
Lineaire tekst
00000Een tekst waarin de zinnen op elkaar aansluiten en die je van begin tot eind leest.
00000Een tekst die zich kenmerkt door een hiërarchische, chronologische structuur en
00000heldere opbouw (inleiding-kern-slot) (De Jong et al., 2019).
Regel
00000Eén lijn met woorden.
Tekstblok
00000De ruimte die de tekst inneemt op de pagina.
Zin
00000Begint met een hoofdletter en eindigt met een punt of ander teken.
00000Een zin kan korter maar ook langer zijn dan een regel.

 

2 Opbouw

0001. Een zin per regel. Elke nieuwe zin begint op een nieuwe regel.
0002. Langere zinnen door laten lopen op de volgende regel.
0003. Zinnen achter elkaar aan schrijven en door laten lopen op de volgende regel.
0004. Een nieuwe passage op een nieuwe regel laten beginnen. (zie alinea, regel overslaan, witregel – dit deel is in ontwikkeling)

 

3 Aanwijzingen (criteria lagere orde)

Bij lagere ordevaardigheden gaat het om kennis en kennis toepassen,
waarbij je oordeelt met goed/niet goed, bijvoorbeeld met een vinklijst.
Kies zelf welke criteria je als lesdoel gebruikt!

Zinnen en regels
000 Elke zin begint links en eindigt met een afsluitende punt of ander teken.
000 De kantlijn loopt recht.
000 Elke zin start op een nieuwe regel (aanvankelijke fase).
000 Zinnen die bij elkaar horen lopen achter elkaar door.
000 Een nieuwe passage start op een nieuwe regel.

 

4 Criteria hogere orde

Bij hogere ordevaardigheden maak je altijd een keuze en
beoordeel je de redenering, bijvoorbeeld met een rubric. 

000 De lengte van de tekst past bij doel en publiek en context.
000 Kan het anders? Ja!
0000Experimenteer met de vorm van het tekstblok als dat bij het onderwerp past.
0000Bijvoorbeeld: breder dan hoog, hoger dan de breedte, vierkant, rond…

 

5 Aan het werk

A. De tekstvorm schetsen en beschrijven

Teksten kun je op verschillende manieren op papier zetten.


Een angstig avontuur

Deze zomer wandelden we een paar keer naar de top van de Mont Ventoux. Meestal met
zonnig weer en weids uitzicht. Maar dit keer is het fris, windstil en mistig. Na een kop koffie
op de top, vangen we goed doorgewarmd de terugtocht aan. Het smalle pad zigzagt door
het maanlandschap omlaag. Dan slaat de bliksem vlak boven ons in en begint het te regenen.
We krimpen ineen. Wat te doen? Boven is dichterbij, maar onder ons is de boomgrens hardlopend
sneller te bereiken. De bliksem slaat nu boven, onder, voor en achter ons in. Hoe moet je eigenlijk
handelen in zo’n situatie? We weten het niet en kiezen ervoor direct na elke inslag een stuk omlaag
te rennen en ineengedoken onder een groepje bomen de volgende bliksemstraal af te wachten.
Zo gezegd zo gedaan. In tien minuten zijn we onder de boomgrens en nog tien minuten later rennen
we de camping op waar onze auto staat. Doorweekt en een heftige ervaring rijker.


 

Op het Werkblad Tekstvorm schetsen en beschrijven
000
schets je de vorm op de ‘A4-tjes’ (Kerndoel 5 – creatief taal gebruiken);
000beschrijf je de verschillen met vaktaal (Kerndoel 2 – taal in de leergebieden);
000en kun je bedenken bij welk publiek of bij welk doel elke vorm zou kunnen passen
0000(Kerndoel 4 – doelgericht spreken en schrijven / Kerndoel 14 – talige identiteit).

 

B. Experimenteren met de ordening van je tekst – een elfje

Je kunt een tekst altijd op meer manieren ordenen.
Zo maak je de tekst overzichtelijker of zorg je dat de vorm uitdrukking geeft aan de sfeer van je tekst.

Print het Werkblad plaats van tekst – Elfje.
Een ‘elfje’ bestaat uit elf woorden.
(1e regel 1 woord / 2e regel 2 woorden / 3e regel 3 woorden / 4e regel 4 woorden / 5e regel 1 woord)
000Knip elf grijze rechthoekjes uit. Dat zijn je woorden.
000Orden ze op verschillende manieren op een A4-tje.
000Schets verschillende manieren in de gele ‘A4-tjes’. (Kerndoel 5 – creatief taal gebruiken)
000Hoe zou je de elfjes in de paarse ‘A4-tjes’ ordenen?
0000(Kerndoel 4 – doelgericht spreken en schrijven / Kerndoel 14 – talige identiteit)

 

C. Experimenteren met de ordening van je tekst – zelf een vorm kiezen

Stel je voor: een leerling komt met de tekst ‘Mijn vakantie was drie keer niks’.
Laat die zin eens uitwerken tot een miniposter.
000 Wat wil je? Het zo zachtjes zeggen dat niemand het hoort? Het uitschreeuwen van frustratie?
0000Het hele blad met die zin vullen omdat je hele vakantie drie keer niks was? Drie redenen
0000toevoegen, bijvoorbeeld: we bleven thuis / het was rot weer / de computer was stuk / …?
000 Welke vorm kies je en hoe druk je met die vorm de sfeer van jouw boodschap uit?
Denk na over:
000De plaats op het papier:
00000 bovenaan (dat laat de leegte van de vakantie misschien wel duidelijk zien);
00000 in het midden (luid en duidelijk, want zo was het);
00000 onderaan (je wil het niet weten… je baalt);
00000 links – rechts – gecentreerd.
000De ordening van de zin:
00000 als volzin;
00000 in woordgroepen over twee, drie of meer regels.
Je kunt natuurlijk ook nog nadenken over lettergrootte, kleur, beeld…

Deze opdracht past bij:
kerndoel 04 – doelgericht spreken en schrijven
kerndoel 05 – creatief taal gebruiken
kerndoel 14 – talige identiteit

 

6 Lineaire tekst in genres

Schriftonderwijs leert je hoe je een tekst lineair kunt schrijven en waar je hem neer kunt zetten.
Je hebt daar altijd tekst bij nodig, die je bijvoorbeeld schrijft voor taal.
In de meeste tekstgenres gebruik je lineaire tekst. Een verhaal bestaat bijvoorbeeld meestal helemaal uit lineaire tekst (denk maar eens aan een roman), maar een recept heeft kleinere fragmenten met lineaire tekst (denk maar aan een kookboek).

Bij schrijfopdrachten voor taal kun je de aanwijzingen gebruiken op de Leskaart lineaire tekst.

Lineaire teksten

Vertelling
Wat leerlingen schrijven, omvat aanvankelijk meestal maar één enkele zin over één regel. Ze breiden hun vertellingen uit naar een aaneengeregen langere zin over meer regels (en toen… en toen… en toen…). Daarna gaan ze pas schrijven in meerdere zinnen die beginnen met een hoofdletter en eindigen met een punt of ander leesteken.

Verhaal
Verhalen bestaan uit verschillende fases, want de hoofdpersoon in een verhaal krijgt altijd met de een of andere kwestie te maken waar hij mee om moet gaan of een vraagstuk dat hij moet oplossen. Verhalen bestaan dus altijd uit meer zinnen die je van a tot z leest: lineair dus.

Verslag of beschrijving
Verslagen en beschrijvingen kunnen als één stuk ‘verhalend’ geschreven worden, maar ook gefaseerd, met tekstblokjes (zie ook kaderteksten).

Beschouwing, betoog, respons
In beschouwingen, betogen en responsen gebruik je voor het overgrote deel lineaire tekst.

Korte lineaire fragmenten

Soms gebruik je alleen lineaire tekst in fragmenten.
Er zijn ook tekstgenres waarvoor een lange lineaire tekst ongeschikt is. Dan neem je korte lineaire stukjes tekst op, eventueel als kleine tekstblokjes of kadertekstjes (zie kaderteksten).

Procedure
Dit geldt voor procedures (bijvoorbeeld een recept of de regels van een spel) omdat die altijd uit verschillende stappen bestaan.

Verklaring
Ook verklaringen (bijvoorbeeld de kringloop van het water of aardmagnetisme) winnen aan duidelijkheid als er naast tekstblokken ook schema’s, pijlen of illustraties worden opgenomen.

Oproep of verzoek
Een oproep of verzoek (bijvoorbeeld om kapotte kapstokken te repareren) wint aan kracht als je de tekst kort houdt en je bepaalde gegevens (het soort kapstokhaken en wat ze kosten) er apart aan toevoegt.

Lesaantekeningen
Lesaantekeningen die lijken op een verhaal zijn moeilijker leerbaar dan lesaantekeningen ‘met smoel’, waarin je opsommingen, tijdbalken, pijlen, tekstblokjes, kaderteksten en margeteksten hebt opgenomen. Lesaantekeningen schrijf je dus bij voorkeur niet verhalend, achter elkaar door, oftewel: aantekeningen schrijf je bij voorkeur niet lineair.

Zie voor leren schrijven van tekstgenres: De Lint en Van Norden (2022).

 

Bronnen

De Lint, P. & Van Norden, S. (2022). Wat een goede tekst! Gids voor schrijven in tien genres voor het basisonderwijs. Boom.

De Jong, J., Geerdink, A., Kastelein, S., Nagelmaeker, N., Otten, M., Pool, J., Raaijkmakers, G., Regeling, A., Rijks, L., Tuik, M., Van der Meulen, M., Van Schaik, N., Westra, S., & Wisse-Weldam, C. (2019, 10 oktober). Leergebied Nederlands. Voorstel voor de basis van herziening van de kerndoelen en eindtermen van de leraren en schoolleiders uit het ontwikkelteam Nederlands. Curriculum.nu.

Kooijman, E., Wittenberg, H. & Bergervoet, S. (2018). VéT, Vorm en tekst. Een gids bij het opmaken van werkstukken, presentaties en ander leuks… Cantal.

Prenger, J., Pleumeekers, J., Van Zanten, M., Schmidt, V., Teunis, B., Brand, M. & Bron, J. (september 2023). Conceptkerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde. SLO.

Op de leskaart lineaire tekst staan kleine afdrukken van een tekstblok uit:
Kramer, S. & Van Egeraat, E. (1996). De tocht van de argonauten. Verhalen uit de Griekse Oudheid. Ploegsma.
Pelgrom, E. & Thé Tjong-Khing. (2023). De Griekse mythen. Donder en bliksem & helden. Lannoo.
Schmidt, A.M.G. (1987). Ziezo. De 347 kinderversjes. Querido.